* Elfjuli toespraak van Johan Velghe, voorzitter van het Priester Daensfonds

WELK VLAANDEREN WILLEN WIJ?
11 JULI IS MEER DAN EEN DAG

Als 11 juli die éne dag van borstklopperij is, dan hoeft dat hele gedoe van vieringen en ‘Vlaanderen feest’ voor mij niet. Wat wij willen moeten wij niet alleen op 11 juli, meestal te schuchter, formuleren. Wat me bezighoud is niet zozeer de vraag wanneer Vlaanderen onafhankelijk wordt, wel welk Vlaanderen we willen. Onafhankelijkheid is geen toverformule. Vlaanderen als paradijselijk eiland, de nieuwe Tuin van Eden, bestaat enkel als natte droom van wie wereldvreemd is. Onafhankelijkheid moet veroverd worden door concrete invulling aan Vlaanderen te geven. Door Vlamingen een concreet perspectief aan te bieden, een toekomst voor te houden, hoop te geven en aan te wijzen hoe die hoop kan ingevuld worden. Met die boodschap stapte ik op menig 11 julipodium. Er volgden opendoekjes, maar ook boegeroep. Dat moet u prikkelen om mijn hiernavolgende 11 julitoespraak te savoureren of uit te spuwen. Aan u de keuze tussen het strelen van smaakpapillen of de vieze nasmaak.
Johan Velghe

De Belgische constructie moet ik niet. Niet deze van het verleden. Zomin deze van vandaag met de grendelgrondwet, alarmbellen en zovele procedures die ons recht, ons democratisch recht op zelfbeschikking afremt, dwarszit en saboteert.

Ik kan hier de lelijkste, maar daarom niet onterechte, scheldwoorden aan het adres van België fulmineren, of profetische uitspraken doen over de ‘verdelging van een on-staat’. Maar geef toe, ik steek jullie applaus op zak, we gaan samen een pint pakken – ik kijk er al naar uit -, en dan…?

Mijn engagement in het Priester Daensfonds heeft mij ondermeer een belangrijke filosofie bijgebracht, samengebald in drie woorden: Redt U Zelven.

Redt u zelven. Wacht niet op anderen, doe het zelf. Focust u op directe noden, zonder het einddoel uit het oog te verliezen: een betere samenleving, een hogere geluksfactor in eenieders leven.

Daarom houd ik niet graag een antidiscours. Ik houd het liever bij een prodiscours. Voor een sterke Vlaamse Beweging. Sterk, inhoudsvol, toekomstgericht, herkenbaar voor en door iedereen, een Vlaamse Beweging die zich in de harten en hoofden nestelt en van binnenuit Vlaanderen op België verovert.

Laat ik meteen de boude uitspraak te doen dat ik niet van 11 julivieringen houd. Een regelrechte kamikaze om dit hier uit te spreken. Maar als het al zo ver gekomen is met België dat nood heeft aan een kamikazecoalitie om overeind te blijven, dan mag ik hier de uitspraak herhalen dat de reductie van 11 juli tot een barbecuefeestje met niet aanspreekt.

Begrijp me niet verkeerd. 11 juli heeft wel degelijk een betekenis voor mij.
Ik dank overigens de organisatoren om me uit te nodigen. Het getuigt van een open geest, want als links-flamingant en militant van het emanciperend volksnationalisme dat staat voor soevereiniteit en solidariteit, besef ik dat het niet zo evident is hier op dit podium te staan.
11 juli heeft een betekenis voor mij.
‘k Ben zelfs wat voorbestemd, gepredestineerd, want geboren in Kortrijk en getogen op de historische site van het slagveld van 1302, de Groeningekouter. Na decennia in de Denderstreek gewoond te hebben keerde ik terug naar de stad van mijn jeugd en zo wil het lot dat ik vandaag vanuit mijn slaapkamerraam uitkijk op het laatste restantje van de Groeningebeek aan de Graaf Gwijde van Namenstraat. De buurt waar ik woon wemelt van straatnamen die verwijzen naar de Guldensporenslag.
Dit alles geheel en al terzijde.

Vandaag weet ik beter. Ouder en een beetje wijzer geworden, vooral ouder geworden, weet ik dat 1302 allerminst ‘ein frischfröhlichen Krieg’ was, zoals zeshonderd jaar later de zogenaamd onafwendbare nakende oorlog van 14-18 omschreven werd. Oorlogen stinken altijd. Het zijn de beerputten van machtshebbers.

De Groeningeslag had al helemaal niets te maken met symbolen, zelfs niet met een taalstrijd. De Vlaamse graaf sprak de taal van zijn koninklijke leenheer, niet de taal van het volk.
Zeven eeuwen later, vandaag, spreken de machtigen evenmin de taal van het volk. Ik heb het over zij die de supranationale structuren leiden, de trojkaleiders, IMF, Oeso, het EU-model à la Barosso, en nu Junckers. Zij spreken immers de taal van de afbouw van onze sociale zekerheid en van het behoud van achterhaalde natiestaten waarvan we in een exemplaar leven dat daar model voor staat.

1302. Het was een rauwe overlevingsstrijd. Het was doden om niet gedood te worden of slavernij te ondergaan. 11 juli 1302 was een quasi ultieme zelfmoordpoging van zij die elk recht op zelfbeschikking als individu en als groeiende stedelijke gemeenschappen ontzegd werden. Het werd een bittere strijd, met wankele bondgenoten, zoals graaf Dampierre, tegen wie de stedelijke gilden eerder in opstand gekomen waren tijdens de ‘Grote Moerlemeie’.
Ze hadden geen schijn van kans.

Toch gebeurde het onmogelijk gewaande. Het onmogelijke, het verslaan van het grootste ridderleger in de christelijke wereld van die tijd. Het onmogelijke werd mogelijk, de kamikazepoging slaagde dankzij hun razernij omdat ze vernederd werden in alle vezels van hun zijn, als mens en als een zichzelf organiserende maatschappij.

Het onmogelijke mogelijk maken. Die les neem ik mee naar vandaag, maar vooraleer het geschiedenisverhaal af te sluiten, wijs ik er graag op dat ‘het onmogelijke mogelijk maken’ zich nog zal herhalen in deze Zuidelijke Nederlanden: de geuzenopstand attaqueerde frontaal het dogmatisch denken en de ongeziene machtspositie van de Kerk.
De imperialistische repliek hierop, gekruid door godsdienstfanatisme (tiens, een zeer actueel begrip), mokerde het confederalisme (tiens, ook dat klinkt ons vertrouwd in de oren) van de Bourgondische Nederlanden aan gruizelementen, waarbij zich de meest rampzalige scheiding voltrok.
En toen in de negentiende eeuw de kloof tussen kapitaal en arbeid zich op z’n brutaalst toonde (tiens, ook dat is aan de orde van de dag), werd weer het onmogelijk gewaande mogelijk: de sociale strijd.

Ik hou niet van 11 julivieringen.
Wat valt er begot te vieren?
– Moeten we vieren omdat ‘we’ in 1302 overwonnen hebben? Er volgden op 11 juli 1302 vele nederlagen.
– Moeten we vieren omdat ‘we’ vandaag zoveel bereikt hebben? Ooit vergaderde het Vlaamse Parlement in Dowaai (Douai). Vandaag in een stad die zich politiek afficheert, overigens geheel ongrondwettelijk, als behorend tot de Fédération Wallonie-Bruxelles, Wallo-Brux gekoppeld aan de Belgische natte droom van een Metropolitaan Gewest, reikend tot aan de Boekhoutberg in Hekelgem, de grens met Oost-Vlaanderen.
– Moeten we vieren omwille van deelbevoegdheden, ingekrompen budgetten en de dance macabre van de cascade aan staatshervormingen?
– Moeten we vieren omdat ‘onze’ democratie een lacheding is, een schertsvertoning? De kamikaze van de federale regeringsvorming getuigt er van.
– Moeten we onze hoge zelfmoordcijfers vieren? Het stijgend aantal werkenden met depressies en burn-outs? Onze werklozen, het aantal schoolverlaters zonder diploma? Of steken we de feestbarbecues aan om onze lage pensioenen te vieren? Of krijgen we een extra brochetje omwille van onze stijgende kinderarmoede?

Laat ons 11 juli herdenken met de blik voorwaarts, toekomstgericht. Om andermaal het onmogelijke mogelijk te maken: een soeverein én solidair volk.
Herdenken, niet om alles in een geschiedenisles te begraven. Maar om in de toekomst te kijken.
Zo ook de toekomst van de Vlaamse Beweging. Dé erfgenaam van ons, te vaak beladen, verleden.

Wanneer gaat de Vlaamse Beweging lessen trekken uit haar eigen bewogen geschiedenis? Het is urgent, dringend. We moeten niet mikken op een naamsverandering: Beweging punt net. Die naam is al bezet in een poging om Dexia en Arco in de vergeetput te gooien.
‘Vlaamse Beweging’, een sterke naam indien die gelinkt wordt aan een toekomst, aan onze toekomst van een warme, solidaire Vlaamse samenleving. Vlaamse Beweging grijp uw momentum.

Er valt nog een weg te gaan
De zeggingskracht van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen is quasi nihil geworden. De tijd van het grote appèl, van de mobilisatie van grote Vlaamse betogingen en acties, ligt al decennia achter ons. Zelfs over een zo essentieel beginsel als het zelfbeschikkingsrecht worden slechts vijfduizend mensen gemobiliseerd, waarvan nog een duizendtal Catalanen en vertegenwoordigers van andere volkeren zonder staat.

Laat ons niet aan mythevorming doen, evenmin aan zelfkastijding, maar we moeten beseffen dat de Vlaamse Beweging steeds gekenmerkt werd door verdeeldheid en polarisatie. Dat er zeer zware schaduwen over de Vlaamse Beweging getrokken zijn. Tot op de dag van vandaag.
‘k Wil niet vaag zijn. Ik wijs er twee aan: mensen uitsluiten en als minderwaardig aanwijzen en de neoliberale remedies die diepe sporen van armoede trekken.
Ik herhaal: Vlaamse Beweging grijp uw momentum, breng durf op in de keuze voor een rechtvaardig en welvarend Vlaanderen voor iedereen.

Het onmogelijke is mogelijk. Doemdenkerij helpt niet vooruit.
Alle hoop stellen op partijpolitiek is ronduit naïf. We weten onderhand waartoe regeringsonderhandelingen leiden, allerminst naar het luisteren naar de vox populi.
Waarom moet ik bij het woord ‘regeringsvorming’, op welk niveau ook, bijna als de hond van Pavlov denken aan het vers van René De Clercq: ,,Sluit niet, tegen uw geweten, om de macht een slecht verbond. Die uit elke teil kan eten is de echte hond.”
Partijen komen en gaan, veranderen van naam, vormen conglomeraten van doelstellingen en belangengroepen om een alsmaar breder kiespubliek te bereiken. Werp me als democraat niet het verwijt toe me tegen partijen te keren, maar geef toe dat radicale democratie in die middens ver zoek is.

Op 11 juli, geserveerd als ‘feest van de Vlaamse Gemeenschap’ moet die Vlaamse Beweging, zich bezinnen en vooral zich oriënteren op die ‘gemeenschap’.
Vlaamse Beweging omarm die gemeenschap, omarm de Vlamingen, toon interesse in wat dagdagelijks de Vlaming bezig houdt. Neem duidelijke en toekomstgerichte standpunten in, gericht op duurzaamheid, gezondheid, leefbaarheid van steden, werk in eigen streek. Standpunten over wat maatschappelijk aan de orde is.
Vlaamse Beweging herover alle Vlamingen: iedereen die hier leeft, woont, werkt, kansen grijpt, verantwoordelijkheid opneemt. Maar ook zij die een tweede of meer kansen verdienen. Ja, ook asielzoekers uit oorlogsgebieden. Dat is onze morele plicht.
En ja, ik weet dat het moeilijk, zeer moeilijk ligt, ja ook gelukzoekers, want vergeten wij onze eigen migratiegeschiedenis niet. Ik moet dit ook zeggen omwille van mijn eigen familiegeschiedenis. Mijn grootouders waren gelukzoekers. Zij waren producten van ‘Arm Vlaanderen’ en zochten zich een nieuw leven in Zuid-Amerika.
Vlaamse Beweging: spreekt u duidelijk uit over hoe om te gaan met migratie; spreekt u uit over de mechanismen van overmigratie; spreekt u uit tegen elke vorm van racisme.

Vlaamse Beweging: breng de boodschap van hoop op een betere wereld voor allen, een wereld van gelijkwaardigheid. Een samenleving met een perspectief op kansen en mogelijkheden, op kwalitatief onderwijs, op jobs en jobcreatie, op een fatsoenlijke verloning, op degelijke en duurzame huisvesting, op een samenleving zonder de wachtlijsten die de levens van velen, van in de prenatale toestand tot de zoektocht naar een betaalbare opname (bestaat dat nog?) in een woonzorgcentrum.

Vlaamse Beweging durft u uit te spreken over onze ziekmakende mobiliteit en het fijn stof. Spreekt u uit over energiekeuzes. Opinieer over wat de leefwereld van de modale Vlaming is.
Sluit aan bij de zoektocht van 680.000 Vlamingen die op en onder de armoedegrens leven, hun moeizame overlevingszoektocht naar een beter leven. Als we de Europese armoedegrens hanteren gaat het zelfs over 1 miljoen Vlamingen. Eén miljoen. Ik laat het even tot u doordringen en voeg er nog aan toe dat 140.000 kinderen, hier rondom ons, in Vlaanderen, in een gezin leven met een inkomen onder de armoederisicodrempel.
Verzet u tegen een maatschappij waar vrouwen nog té vaak, omdat ze vrouw zijn, minder betaald worden. Verzet tegen sociale dumping, tegen afbouw van openbare diensten, zoals de nieuwste NMBS-plannen beogen.

Als de onderhandelaars van N-VA en CD&V voor de vorming van een Vlaamse regering straks niet uitpakken met een beleidsverklaring die doordrongen is van directe, snelle, grootschalige en intensieve maatregelen om de armoede-octopus in de kortste keren tentakels af te hakken, dan deugt noch die beleidsverklaring, noch die regering, noch die coalitie. Armoede vreet immers de samenleving aan. Armoede is een zwaar menselijk én economisch verlies.
De nieuwe Vlaamse regering heeft sleutels in handen: sociale huisvesting, jobcreatie, kinderbijslag en een actief gezinsbeleid.
Maak van de Vlaamse strijd weer een emancipatiestrijd. ‘De arbeider moet vrij en welvarend zijn’, stelde Daens. Geen regeringsverklaring zonder die Daenstoets.
Vlaamse strijd, emancipatiestrijd. Geen kleinburgerlijk gedoe. Geen ideologische bekvechterij, geen foute of exclusieve allianties, geen heimwee-flamingantisme.
‘Slaaf noch bedelaar’, dixit Daens. Vertaal ik dat even: soevereiniteit én solidariteit. Een én-én-verhaal.
Strijd tegen hebzucht, strijd voor efficiëntie en transparantie. Strijd voor rechtvaardigheid. Strijd voor gelijkwaardigheid. Strijd voor herverdeling en tegen alle gefoefel, de zogeheten deugd van ‘zwartwerk’ inbegrepen.

Maak van de Vlaamse strijd weer een sociale strijd. Het werkterrein ligt braak, want ook op dat vlak geeft het Belgisch en het EU-establishment verstek.
Toen vijf decennia geleden de terechte kreet klonk ‘Werk in eigen streek’, sloeg het Vlaams appèl wel aan. Dat appèl raakte eenieders hart én verstand, nuchter als de Vlaming wel is. Ja nuchter, want ’t is niet alle dagen voetbal.

Vlaamse Beweging, geef hiermee een tastbare, een reële invulling aan het democratisch perspectief van de meerwaarde van zelfbeschikking, want de brokkelpap van de staatshervormingen levert ons nog altijd onvoldoende beslissingsmacht op, ons democratisch recht op eigen beslissingen .
Een onmogelijke opdracht? Neen, de Catalanen en de Schotten, die in het najaar referenda organiseren, roepen niet van aan de zijkant. Zij onderbouwen, zij argumenteren, zij vullen hun Yes en Si in met grote realiteitszin, geheel en al gefocust op de noden en toekomstwensen van hun samenlevingen, iedereen inbegrepen, ook de nieuwkomers.
Vlaamse Beweging trekt de boer op. Verover de harten en de geesten in dorpen, wijken en steden. Verover ze met een fris verhaal, met een hoopvol verhaal dat antwoorden biedt op vragen die ouders hebben over de toekomst van hun kinderen;
antwoorden op vragen die werknemers en creatieve en sociaal-geëngageerde ondernemers, ja zo zijn er ook, zich stellen over jobbehoud in eigen streek;
antwoorden op vragen van zij die wegglijden in het armoedemoeras; van zij die hun werkloosheidsvergoeding zien krimpen omdat ze maar niet aan een job geraken omdat multinationals uit onverzadigdbare winsthonger nog altijd uitwijken naar pakweg Bangladesh.

Ja, ik weet het. Dit is geen traditionele speech over de Vlaamse grieventrommel. De begrippen faciliteiten of transfers komen er niet eens in voor. Of toch, ik had het toch over de grote nood aan meer rechtvaardigheid, aan transparantie. De grieven over probleemwijken, de sociale onrechtvaardigheden, de wachtlijsten,… die vele vragen oproepen bij de man in de straat, dat is Vlaanderen. Maak de Vlaamse samenleving sterker. Dat is én het fundament én de huisvesting voor een soeverein en solidair Vlaams volk in de Zuidelijke Nederlanden. Dat laatste zeg ik bewust, omdat we onze geschiedenis niet willen noch mogen verloochenen. Ook dat is toekomstgericht denken.

11 juli heeft wel degelijk betekenis. Ooit was het een dag van terechte razernij. Laat het ons vandaag wat geciviliseerder houden. Elkaar de kop klieven is niet meteen een daad van broederlijkheid, waar Daens ook voor pleitte. Ik wens u onrust toe.
Rust levert niks op, evenmin de gepredikte rustige vastheid. Onrust zet tot denken aan, onrust activeert daden. En… onrust rijmt niet op een viering of een feestje. Daar hebben we de marketing en de commercie van het voetbal voor.
Onrust tot zolang we het onmogelijke niet mogelijk maken. Dat is mijn definitie van 11 juli.